Vion is een internationaal foodbedrijf met productielocaties in Nederland en Duitsland. Ze slachten varkens en koeien, maar produceren ook vegetarische alternatieven. In Nederland worden onder andere varkens geslacht in Boxtel, Groenlo en Apeldoorn. In dertien landen wereldwijd heeft het bedrijf verkoopkantoren. Om een indruk te krijgen van de omvang: “Dagelijks eten 100 miljoen mensen een maaltijd waar voedsel van Vion in verwerkt zit”. Bert Urlings, directeur kwaliteit van Vion, vertelt wat de onderneming doet aan het verminderen van de klimaatbelasting.

De CO2-voetafdruk van Nederlands varkensvlees is veelal net zo hoog als van tofu, terwijl de voedingswaarde hoger is.

Klimaat al een jaren een item

“Klimaat is al jaren een item voor ons bedrijf. De Nederlandse varkenshouderij is al heel klimaatvriendelijk”, vertelt Urlings. Zo bestaat bijvoorbeeld een groot deel van het voer van varkens uit lokale bijproducten van bierbrouwerijen (bierbostel), de zuivelindustrie en levensmiddelen bedrijven. “De carbon footprint (CO2 voetafdruk) van Nederlands varkensvlees is bij veel van onze ondernemers (varkenshouders) net zo hoog als van tofu, terwijl de voedingswaarde voor de mens hoger is. Maar we proberen deze footprint steeds lager te maken. Dat moeten we met de hele varkensketen doen”.

Carbon Footprint berekenen

In 2019 heeft Vion van vijf varkensbedrijven de carbon footprint berekend. In 2020 wil het bedrijf dat van 20 bedrijven doen. Het doel is om in 2022 een CO2-label aan het vlees te hangen. Het is dan de keus aan het winkelbedrijf of die de informatie ook op de verpakking of op een website wil verwerken. De data voor het berekenen van de footprint moet zo min mogelijk administratieve rompslomp voor de varkenshouder geven. Daarom haalt Vion de beschikbare data over bijvoorbeeld voergebruik van het platform JoinData. Varkenshouders kunnen een machtiging afgeven of Vion over die data mag beschikken.

Maatregelen in varkensvoer

De carbon footprint van varkensvlees wordt voor 50% bepaald door het voer dat de varkens eten. Omdat de voeding van de varkens grote invloed heeft op de carbon footprint participeert Vion in experimenten om veilig dierlijke eiwitten in varkensvoer te kunnen verwerken. Dat bevordert de kringloop in de varkenshouderijsector. De footprint wordt voor 40% bepaald door de mest. Omdat varkenshouders maatregelen nemen op het gebied van mestopslag en mestverwerking wordt de uitstoot van broeikasgassen, en daarmee de carbon footprint, lager.

Invloed van de Vion-activiteiten

Vion probeert de Carbon Footprint van het varkensvlees te verlagen door samenwerking in de keten van vlees. Toch neemt het bedrijf ook zelf maatregelen. De broeikasgassen van Vions eigen activiteiten komen met name van het transport van dieren, vlees en werknemers, methaanemissies van de dieren bij de productielocaties en het energieverbruik van de productielocaties. Ongeveer 45% van de gebruikte energie is voor het koelen en daarmee voor de voedselveiligheid. Vion wil het energieverbruik zoveel mogelijk beperkten zonder de voedselveiligheid in het geding te laten komen.

Energiezuinige productie

Varkenshouders besparen energie door isolatie van hun stallen en door energie op te wekken met bijvoorbeeld een biogasinstallatie of zonnepanelen. De productielocaties van Vion werken ook steeds energiezuiniger. Zo zijn bijvoorbeeld de koelcellen omgebouwd en wordt er nu gekoeld met een verdampingskoeling in plaats van lucht met een lage temperatuur. Besparen op verpakkingsmateriaal is lastig voor het bedrijf. De producten moeten goed verpakt worden vanwege hygiëne en houdbaarheid. Minder verpakkingsmateriaal is daarom niet altijd een optie, maar er wordt wel steeds meer gekeken naar circulair verpakkingsmateriaal.

Nederlands vlees in de schappen

Urlings geeft aan dat Vion stap voor stap naar een klimaatneutrale keten streeft. “Of dat nu in 2030 of in 2040 gaat lukken, kan ik nog niet zeggen, maar de hele keten doet heel hard haar best. Wij zijn als keten ook bezig om het winkelschap terug te veroveren van buitenlands vlees. In 2010 was slechts 25% van het verse varkensvlees in de schappen afkomstig van Nederlandse bedrijven, inmiddels is dat 95%. Hoe meer vlees van Nederlandse bodem in Nederland blijft, hoe duurzamer.”